Maandelijks archief: december 2011

Leven – Jaa, dat heb ik ook!

Standaard

Even twee plaatjes om te lachen en voor de herkenning.

Fijne zondag!

Advertenties

Leven – Die keer dat ik 112 belde.

Standaard


Gisterenavond kwam ik nietsvermoedend mijn straat in gefietst. Het laatste stukje rijd ik altijd op de stoep omdat ik anders helemaal om moet fietsen en dat is natuurlijk teveel moeite.
Iets voorbij mijn huisdeur zag ik iemand liggen. Een man. Op zijn buik, een plastic tasje naast hem, benen in elkaar verstrengeld.
De paniek schoot gelijk toe, ik stapte af en zette mijn fiets niet in het rek, dat was immers te dicht bij de gestalte op de grond, maar bij een boom, haaks op alle andere fietsen.
Ik keek naar de man, alsof ik verwachte dat hij elk moment geluid kon maken of brullend op mij af kon stormen.
Maar dat gebeurde niet. Hij bleef liggen. Doodstil.
Ik liep naar de voordeur en wilde eigenlijk gewoon naar binnen gaan, het zal wel een dronken zwerver zijn of iets, maar toch dacht ik, straks is deze man dood, of gewond, en laat ik hem zomaar liggen. Dat is niet erg aardig.

Zo ongeveer lag hij, maar dan op zijn buik.

In de verte zag ik iemand aankomen lopen en ik dacht ‘mooi, samen staan we sterker dan alleen’ dus ik liep op hem af, gebarend en wijzend naar de man op de grond.
De man die op me afkwam bleek een Chinees. Hij sprak geen Nederlands en geen Engels. Alleen Chinees, wat hij ook tegen mij begon te spreken, en ik begreep het natuurlijk niet.
Samen keken we naar de man en ik meende heel lichtjes zijn lichaam op en neer te zien gaan. Dat betekende ademen, en dus leven.
Ok, dan maar de politie bellen. Ik wist niet of het urgent genoeg was voor 112, dus ik besloot geen spoed wel politie te bellen.
Maar jongens, echt, weten jullie dat nummer uit je hoofd?
Hoeveel campagnes er ook zijn geweest, het blijft echt niet hangen bij mij.
Ik kwam niet verder dan 0900.
Gelukkig kon ik het via mijn telefoon opzoeken (het is 0900-8844 btw) en ik deed mijn verhaal.
‘Er ligt een man op straat, het lijkt alsof hij nog ademt, nee het is volgens mij niet helemaal een zwerver, maar ook geen keurige zakenman.’
‘Ok, dan verbind ik u nu door met de meldkamer.’
De meldkamer, de 112. Wow. Ik vond dat wel spannend.
En weer deed ik mijn verhaal, nu dan ook met locatie en er werd gezegd dat ze er zo snel mogelijk aan zouden komen.
En warempel, ik hing op en in de verte hoorde ik de sirenes al loeien.

De Chinees was even weggegaan om zijn jas te halen en ik was alleen met de man.
Ik bleef kijken of ik hem zag ademen en soms leek het alsof hij niet meer ademde, en ik was bang dat de bewegingen alleen maar kwamen door de wind. Of dat hij op zou staan, weg zou lopen voordat de politie er was en ik daar stond en bekeurd zou worden voor vals alarm slaan.
De Chinees kwam terug, met jas, en ik wees naar de verte naar waar het geluid van de sirenes vandaan kwam, met mijn andere hand om mijn oor om hem aan te geven dat je kon horen dat ze kwamen.
Hij zei iets in het Chinees. Ik knikte.
Toen maakte ik het gebaar langs mijn keel, om te vragen of hij dacht dat de man dood was.
De Chinees lachte en zei het enige woord wat ik die avond van hem verstond: ‘Bier.’
Toen wees hij naar het Chinese restaurant een stukje verder.
Als een echte detective puzzelde ik het verhaal in elkaar. Deze man was naar de Chinees gegaan, had al bier gedronken of heeft daar nog meer bier gedronken en liep weg, waar hij vervolgens ter aarde stortte om zijn roes uit te slapen. Ofzoiets.

De sirene kwam dichterbij en ik zag de politiewagen de hoek om scheuren, ik stak mijn hand op om te laten zien dat wij hier stonden maar met 100 km per uur reed hij mij voorbij.
De Chinees en ik keken elkaar verbijsterd aan. De politiewagen stopte, en ging weer terug in zijn achteruit, onze kant op. Ik liep maar een stukje naar de weg om mezelf goed kenbaar te maken. Ik hoopte maar dat ze me niet in al hun enthousiasme zouden raken, maar het ging goed.
Ze stapten uit en ik riep nog ‘Ik had eerst geen spoed wel politie gebeld, want wist niet of dit een noodgeval was!’ angstig als ik was dat dit in de emergency top ergens onderaan zou bungelen, of wellicht niet eens genoemd zou worden.
‘Het is goed dat je gebeld hebt!’ riep de mannelijke agent. Samen snelden ze naar het slachtoffer toe en probeerden hem met woorden wakker te maken. Toen voelde ze zijn pols.
Een kleine paniek toen de vrouwelijke agente zei: ‘Ik voel niets.’

Ze schenen met een zaklamp in zijn gezicht en zagen waarschijnlijk een teken van leven, want ze draaiden hem om en warempel, de man knipperde en staarde ons met lodderige ogen aan.
‘Typisch een geval van de ziekte van Heineken,’ constateerde de agent.
Met veel moeite probeerde ze de man rechtop de zetten, iets waar hij tegen protesteerde, want hij wilde veel liever nog lekker op de stoep liggen.
‘Meneer, wat is uw naam?’
De man bromde een beetje en na nog een keer vragen zei hij ‘Van Basten.’
‘En uw voornaam?’
‘Hetzelfde’
‘Van Basten van Basten,’ zei de agent droog en ik moest lachen.
Net toen de agent uitlegde dat als hij niet zou meewerken en vertellen hoe hij heette en waar hij woonde ze hem mee moesten nemen naar het bureau kwam er een stelletje aangelopen met hun hond.
Zij zagen ons zitten en de vrouw slaakte een kreet: ‘Hey! Dat is Danny!’

Mysterie opgelost. Danny was herkend, de vrouw wist waar hij (ongeveer) woonde en de politie bracht Danny naar huis.
Het laatste wat ik hoorde toen het aparte vijftal wegliep was Danny die aan de vrouwelijke agente vroeg of ze hem echt naar huis ging brengen. Want zonder haar ging hij niet.
Charmeur op en top, onze Danny.

De Chinees en ik bleven achter, keken elkaar aan, wisselde een blik die moest zeggen ‘wow wat een avontuur en wat hebben wij het goed aangepakt,’ en gingen allebei naar ons eigen huis.
Thuis hoopte ik dat het Chinese eten van Danny nog warm genoeg was, en dat hij wellicht zijn loempia kon delen met de vrouwelijke agent, terwijl zij een kopje thee voor hem maakte en zorgde dat hij veilig zijn roes kon uitslapen.
Maar ik dacht niet dat dat bij haar functie omschrijving hoorde.